In de spotlight: concertmeester Hans Erblich

Terug naar vorige pagina

Aankomende zaterdag luidt het AJO de zomer in met het laatste optreden van het seizoen: het zomerconcert. Voor concertmeester Hans Erblich wordt het een bijzondere avond. Het is namelijk zijn laatste concert voor het AJO. Na negen jaar, waarvan vier jaar, als concertmeester is het tijd voor wat anders. Negen vragen aan Hans.

Je komt uit een muzikaal gezin, weet je nog hoe oud je was toen je voor het eerst naar een optreden ging?
Waarschijnlijk minus een paar maanden, in de buik van mijn moeder ging ik al op tournee mee naar Praag. Zo vroeg als ik me kan herinneren ging ik al naar de concerten van mijn ouders. Daar heb ik altijd ongelooflijk van genoten.

Waarom heb jij voor viool gekozen?
Dat is een vraag die me heel veel gesteld wordt. Ik weet het eigenlijk niet. Het lag redelijk voor de hand. Als je ouders beiden viool spelen, denk je ‘dat wil ik ook’. Ik ging gewoon meedoen (lachend). Op m’n vierde zat ik op een goedkoop Chinees viooltje te spelen. We hadden een vleugel thuis, daar pingelde ik ook op, maar het stelde niet veel voor.

Met ouders die beiden professioneel musicus zijn, kon het bijna niet anders dan dat jij ook die kant op zou gaan. Wat studeerde je op het Conservatorium?
Ik ben altijd met muziek bezig, maar iets wat je doet vanuit plezier, daar heb ik nooit het gevoel van gehad om er persé mijn werk van te maken. Het trok me niet aan om fulltime een muziekinstrument te bespelen. Ik had ook een grote fascinatie voor geluid en natuurkunde. Ik ben toen geluidstechniek, muziekregistratie (Art of Sound red.) gaan studeren. Het was een geweldige studie. Het leidt je op tot technisch musicus.

Muziek staat voor mij altijd op de eerste plaats


Toch studeer je nu civiele techniek aan de TU in Delft?

Ja, ik combineer mijn studie met mijn werk als ZZP’er. Ik had op een gegeven moment het gevoel dat ik nog niet helemaal uitgeleerd was. Het werk had voor mij twee nadelen. De hoeveelheid werk was voldoende, maar voor mij niet constant genoeg en ik had het gevoel dat ik nog niet alles uit mezelf had gehaald. Als ZZP’er maak ik nog steeds een heleboel concert- en cd-opnames.

Je bent al vier jaar concertmeester. Hoe word je concertmeester?
Je doet auditie bij de auditiecommissie en het gaat om je spel, maar zeker ook om je houding. Betrouwbaarheid is bijvoorbeeld belangrijk. Als je vaak afwezig bent, hebben mensen niets aan je. Je moet muzikale en organisatorische vaardigheden hebben en het lef hebben om een groepsrepetitie te leiden. Je moet opkomen voor je musici als er iets gebeurt. Ik vind dat iedereen gelijk is. Ik zie mezelf meer als de primus inter pares (eerste onder de gelijken, red.), dan dat je echt een belangrijkere functie hebt, daar ben ik niet zo van. Voor mij staat de muziek altijd op de eerste plaats!

Wat vind je hiervan het leukste?
O, daar ga ik goed over nadenken. Het gevoel dat je een bijdrage levert aan het zo mooi mogelijk overbrengen van de muziek op het publiek. Gewoon doordat je een paar dingen probeert te stroomlijnen waardoor alles beter verloopt.

Carel Kraayenhof was heel blij met de arrangementen die je voor Suite del Angel, het stuk van Piazzolla, hebt gemaakt. Is dat niet moeilijk?
Het is maar wat je moeilijk noemt (lachend). Ik vind het niet verschrikkelijk moeilijk, het kost tijd en je moet klankkleurvoorstellingen hebben. Je luistert iets bestaands heel vaak en dan associeer je de kleuren: ‘Dat stukje geef ik aan dat instrument en dat stuk aan dat instrument, maar die instrumenten laat ik ook  in de laatste ronde meespelen, daar krijgt het meer body van’. Dat soort dingen.

Zaterdag is je laatste concert voor het AJO. Hoe ga je de avond in?
Met ontzettend veel zin! Ik ga er extra van genieten. Elke noot ga ik zo optimaal mogelijk tot leven brengen. Jean Sibelius, een van mijn favoriete componisten heeft één radio-interview gegeven en zijn laatste woorden daarin waren: “Elke noot moet leven,” dus dat moet zaterdag gebeuren.

Val je straks in een zwart gat?
Het wordt heel erg gek om niet meer iedere vrijdagavond te repeteren. Ik zie daar behoorlijk tegenop, maar ik val niet in een gat. In de zomer heb ik een groot opnameproject met het Utrechts Studenten Concert. Daarna val ik in bij het Almeers Jeugd Symfonie Orkest, en ga ik als altviool aanvoerder mee op tournee naar Italië. Muziek stopt nooit, ik ga weer ergens anders in, maar na de vakantie ga ik me eerst oriënteren.

Foto’s SoliAmersfoort en Walter Goyen